Skip to Content

De kathedraal met het gat: de Sint-Baafs, het Lam Gods en het paneel dat nooit terugkwam

Een wandeling door duizend jaar Gentse geschiedenis, met een onopgelost mysterie als sluitstuk
24 April 2026 by
Diederik
| No comments yet

Wie vandaag op het Sint-Baafsplein in Gent staat en omhoog kijkt, ziet een van de indrukwekkendste gotische torens van de Lage Landen oprijzen — 89 meter hoog, afgewerkt in 1534, en onderdeel van de beroemde Gentse torenrij samen met het Belfort en de Sint-Niklaaskerk. Maar wie de kathedraal binnenstapt, stapt niet alleen een kerk in. Hij stapt een misdaadmysterie binnen dat nog altijd niet opgelost is.

In deze kathedraal ligt een gat. Niet in de muur, maar in het wereldberoemde altaarstuk dat er hangt. Een gat dat sinds de nacht van 10 op 11 april 1934 onafgebroken wacht op een antwoord.

Maar laten we beginnen bij het begin.

Van Sint-Jan tot Sint-Baafs: duizend jaar kerkgeschiedenis

De plek waar de kathedraal nu staat, is al sinds de vroege middeleeuwen gewijde grond. Al in 942 werd hier een kerkje ingewijd door Transmar, bisschop van Doornik, ter ere van Johannes de Doper. Dat kerkje — de Sint-Janskerk — was de oudste parochiekerk van Gent en bediende het hele stadsgebied binnen de bocht van Leie en Schelde.

In de twaalfde eeuw werd het vervangen door een romaanse kerk, waarvan enkel de crypte met haar muurschilderingen vandaag nog getuigt. En vanaf het einde van de dertiende eeuw begon het ware avontuur: Gent was in volle bloei, en de stad wilde een kerk die paste bij haar macht. Steeds hoger, steeds grootser, steeds meer recht naar de hemel.

De bouw verliep in drie grote fases:

  • Eind 13e en eerste helft 14e eeuw — het hoge gotische koor, met invloed van de Noord-Franse en Schelde-gotiek
  • 1462–1534 — de imposante westtoren in Brabantse gotiek, met een uiteindelijke hoogte van 89 meter
  • 1533–1559 — schip en transept, in de laatste gotiek

Hoe Sint-Jan plots Sint-Baafs werd

Tot in de zestiende eeuw heette deze kerk gewoon de Sint-Janskerk. Hoe is ze dan aan haar huidige naam gekomen?

Daarvoor moeten we bij keizer Karel V zijn, en bij zijn beroemde frustratie met het opstandige Gent. In 1539–1540, na de Gentse Opstand, besliste Karel om zijn geboortestad te vernederen. De stroppendragers gingen in nachthemd met een strop om de hals door de stad. De eeuwenoude Sint-Baafsabdij naast de samenvloeiing van Leie en Schelde werd opgeheven en omgebouwd tot kazerne — het Spanjaardenkasteel.

De monniken werden de deur gewezen. Ze werden geseculariseerd, kregen de titel van kanunnik, en verhuisden met hun kapittel naar de Sint-Janskerk. Vanaf dat moment heette de kerk de Sint-Baafskerk. En toen in 1559 het bisdom Gent werd opgericht, werd de kapittelkerk meteen een kathedraal.

Een kerk die ontstond omdat een keizer wraak wilde nemen op een stad. Zo Gents als het maar zijn kan.

Het Lam Gods: een meesterwerk dat alles overleefde (bijna)

Maar de echte reden waarom mensen uit alle hoeken van de wereld naar deze kathedraal komen, staat er al bijna honderd jaar langer dan de naam zelf. In 1432 werd, in een van de kapellen rond het koor, een altaarstuk geïnstalleerd dat de westerse kunstgeschiedenis voor altijd zou veranderen: De Aanbidding van het Lam Gods, geschilderd door de gebroeders Hubert en Jan van Eyck.

Het werk werd besteld door Joos Vijd, een rijke Gentse koopman en voorschepen van de stad, en zijn echtgenote Elisabeth Borluut — voor hun privékapel in de kathedraal. Hubert begon eraan rond 1420, maar stierf in 1426. Zijn jongere broer Jan voltooide het meesterwerk en leverde het op 6 mei 1432, precies op tijd voor een officiële ceremonie voor Filips de Goede.

Het is een veelluik van twaalf panelen, waarvan er acht met scharnieren gesloten kunnen worden. Elke vierkante centimeter is afgewerkt als een miniatuur — een techniek die pas door de Van Eycks tot deze hoogte werd gebracht. Het is het grondstuk van wat we vandaag de Vlaamse Primitieven noemen.

En het is een overlever. Tijdens de Beeldenstorm van 1566 ontsnapte het ternauwernood aan vernieling. Tijdens de Franse Revolutie werden delen ervan naar Parijs meegenomen. In de Eerste Wereldoorlog werd het gesmokkeld om Duitse roof te vermijden. In de Tweede Wereldoorlog werd het door de nazi's daadwerkelijk meegevoerd naar een zoutmijn in Oostenrijk, waar het op het einde van de oorlog door de geallieerden werd teruggevonden.

Maar één keer heeft het niet kunnen ontsnappen.

De nacht van 10 op 11 april 1934

De suisse van de kathedraal, de man verantwoordelijk voor orde en veiligheid, begint op de ochtend van 11 april 1934 zijn gewone ronde. Niets lijkt aan de hand. Pas wanneer hij bij de Vijdkapel — de kapel waar het Lam Gods hangt — aankomt, merkt hij dat het slot geforceerd is. Hij duwt de deur open, zijn hart slaat een tel over, en hij staat oog in oog met het onvoorstelbare: er zit een gat in het linkerluik van het altaarstuk.

Twee panelen ontbreken: De Rechtvaardige Rechters (onderste paneel uiterst links) en, op de achterzijde van datzelfde paneel, Sint-Jan de Doper in grisaille. Op de lege lijsten hangt een briefje in het Frans: "Weggenomen uit Duitsland door het Verdrag van Versailles."

Drie weken later ontvangt de Gentse bisschop de eerste van dertien afpersingsbrieven. De anonieme afperser ondertekent met D.U.A. en eist één miljoen Belgische frank losgeld. Als teken van goede wil bezorgt hij het paneel van Sint-Jan de Doper terug: hij stopt een bagagebriefje van het Brussels Noordstation in een van zijn brieven. De politie gaat het pakket ophalen. Het paneel zit erin.

Voor De Rechtvaardige Rechters loopt het anders. Er worden onderhandelingen gevoerd via pastoor Meulepas van de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen. Een taxichauffeur verschijnt, pikt een pakje op met amper 25.000 frank erin (in plaats van het volle miljoen), en verdwijnt. Op de achterbank zit een onbekende. De politie is er die dag niet.

"Ik alleen weet waar het Lam Gods is"

En dan, op 25 november 1934, wordt een respectabele bankier uit Wetteren onwel tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde. Zijn naam is Arsène Goedertier — ex-koster van de Sint-Gertrudiskerk in Wetteren, goed geconnecteerd in Gentse kerkelijke en politieke kringen. Op zijn sterfbed fluistert hij tegen zijn advocaat:

"Ik alleen weet waar het Lam Gods is. Ik alleen weet het. Het dossier zult gij vinden in mijn klein bureel, in de schuif rechts van de schrijftafel, in een omslag Mutualité. Dus gij weet waar het dossier is, en…"

Hij zwijgt voorgoed. Net op het moment waarop hij de bergplaats zou gaan prijsgeven.

In zijn huis vindt men precies wat hij beschreef: een map met de dertien doorslagen van de afpersingsbrieven. Maar geen paneel.

Dat was op 25 november 1934. Vandaag, meer dan 90 jaar later, is De Rechtvaardige Rechters nog steeds spoorloos.

Een mysterie dat blijft leven

In de kathedraal hangt vandaag een kopie van het paneel, geschilderd in 1941 door Jef Van der Veken. Om duidelijk te maken dat het geen origineel is, gaf Van der Veken een van de rechters het profiel van koning Leopold III mee. Zes maanden werk, voor een oppervlak van amper één dertigste van het totale veelluik — zo nauwkeurig was het origineel.

Sindsdien zijn er tientallen theorieën geopperd. Het paneel zou verstopt zitten in de Sint-Baafskathedraal zelf. Of achter het altaar van de Sint-Gertrudiskerk in Wetteren. Of in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen. Of in de graftombe van Viglius Aytta. Of het zou in bezit zijn van een vooraanstaande Gentse familie die "uit vrees voor een schandaal" niet met het paneel naar buiten durft komen. Of het is in 1971 vernietigd.

Om de zoveel jaar wordt er ergens een vloer opengebroken. Een pleintje afgegraven. Een crypte geïnspecteerd. Er wordt altijd — zoals bij de Kalandeberg in 2019 — niet gevonden wat men zocht. Enkel een oude ijzeren ladder, als zwart-komische herinnering aan een mysterie dat misschien nooit opgelost wordt.

De kathedraal vandaag

Het Lam Gods is vandaag te bewonderen in een streng beveiligde glazen kooi met alarmsysteem, gewapende deur en continue camerabewaking. Sinds 2021 staat het opgesteld in de Sacramentskapel. Tussen 2012 en 2026 onderging het veelluik drie grootschalige restauratiefasen — werken die wereldwijd nauw gevolgd worden en waarvan de resultaten verbluffend zijn.

De kathedraal zelf herbergt daarnaast nog andere topstukken: De bekering van de Heilige Bavo van Peter Paul Rubens, werk van Lucas de Heere, een barok orgel dat werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1935, en een crypte met muurschilderingen die teruggaan tot de romaanse tijd. Het is, in de woorden van één kunsthistoricus, "een onuitputtelijke kunstkamer".

De postkaart als tijdmachine

Wat een vintage postkaart van de Sint-Baafskathedraal uniek maakt, is niet alleen dat hij een gebouw toont dat er vandaag nog precies zo staat. Het is dat hij getuige is van een tijdperk waarin het Lam Gods nog compleet was. Veel van de oude Gent-kaarten dateren van voor 1934 — uit de tijd dat De Rechtvaardige Rechters nog op hun plaats hingen, onder de hemelse figuren, wachtend op een diefstal die nog moest komen.

Wie zo'n kaart in handen heeft, houdt dus letterlijk een venster vast op een kathedraal die nog niet in het krantenverhaal terecht was gekomen. Op een Gent dat zijn beroemdste kunstmysterie nog niet kende. Op een wereld waarin de rechters nog niet op de vlucht waren.

Ontdek de Sint-Baafskathedraal in onze collectie

Zoek naar vintage postkaarten van de Sint-Baafskathedraal en andere iconische plekken in Gent op Poste Passé.

➜ Bekijk alle Gent-postkaarten in de shop

Bronnen: Inventaris Onroerend Erfgoed (Agentschap Onroerend Erfgoed), Wikipedia (Nederlandstalig, geraadpleegd 2026), Visit Gent, Stad Gent, Flemish Masters in Situ, De Vlaamse Primitieven (Vlaamse Kunstcollectie), VRT NWS, Historiek.net.jven...

Share this post
Sign in to leave a comment